– Christiaan Groote, trainer
– Niels Hendriksen, assistent trainer
– Theo Holleman, teammanager

Een kort voorstelrondje: wie ben je, wat doe je in het dagelijks leven, hoe startte je voetbalcarrière en wat heb je zoal binnen het voetbalgebeuren gedaan?

Christiaan: Van oorsprong kom ik uit Zuidwolde (Drente). Mijn ouders wonen daar nog steeds. Ik ben 8 jaar geleden voor mijn (vakantie)liefde deze kant op gekomen. Eerst woonden we in Arnhem, nu lekker rustig in Westervoort. Ik ben werkzaam in de landbouwmachinebranche als gecertificeerd lasser.

Mijn voetballoopbaan startte ik als 6-jarige bij ZZVV in Zuidwolde en heb altijd in de 1e teams gespeeld. Ik ben fysiek en mentaal sterk en fanatiek: ik wil altijd voor het hoogste gaan. Op mijn 18e ben ik op de fiets aangereden door een brommer. Hierbij brak mijn groeischijf doormidden. Dat was net voor mijn schooldiploma-uitreiking. Na de revalidatie heb ik nooit meer het oude niveau kunnen halen qua kracht en snelheid, waarschijnlijk doordat ik te vroeg weer ging voetballen. Ik speelde in het eerste van ZZVV (2e/3e klasse), maar door de gevolgen van het ongeluk kon ik dat niveau uiteindelijk niet volhouden en zakte ik af naar het 2e (reserve 1e/2e klasse). Tot op de dag van vandaag ervaar ik nog de gevolgen van dit ongeluk.

Vanaf mijn 24ste ben ik actief als jeugdtrainer en heb ik verschillende cursussen gevolgd en behaald. Het afgelopen seizoen bij DVOV in Velp. Om zo met de jeugd met voetbal bezig te zijn, vind ik echt mooi!

Niels Hendriksen: In mijn dagelijks leven ben ik werkzaam bij de Provincie Gelderland in de catering binnen de facilitaire dienst. Ik heb de opleidingen facilitair medewerker gestudeerd en afgerond en ben vervolgens naar het CIOS gegaan dat ik ook heb afgerond. Vanaf januari woon ik samen met mijn vriendin, Evi. We hebben nu 5 jaar een relatie.

Met het voetballen had ik een valse start. Ik begon op mijn 4e, maar vond het helemaal niet leuk en stopte ermee. Pas toen mijn vriendjes bij DVC’26 begonnen, wilde ik ook weer. Ik was toen 5. Van mijn 12e tot mijn 14e speelde ik twee jaar bij de Graafschap. Mijn verdere voetballeven was ik bij DVC’26. Als assistent-trainer heb ik met Renato Boekhorst – als trainer – samen in de begeleiding van de C1 en B1 gezeten. Bij de A1 assisteerde ik Jan Lammers en Fabian Mom. De afgelopen zeven seizoenen speelde ik in het 1e elftal. Totaal 121 wedstrijden. Dit jaar was ik, met mijn nu 25 jaar, zelfs de oudste en meest ervaren voetballer. Helaas moet ik door aanhoudende rugklachten stoppen met competitievoetbal. Bjorn Aaldering benaderde mij een tijdje geleden om als assistent-trainer bij de JO19-1 aan de gang te gaan. Dit pak ik komend seizoen op. Ik heb er zin in.

Theo Holleman: De aanleiding voor mij om bij DVC’26 te gaan voetballen was het WK in 1974, toen Nederland van Duitsland verloor. Ik voelde mij geroepen om het Nederlands voetbal te komen versterken en meldde me aan bij de club. Daarvoor voetbalden we altijd bij huis. Mijn ouders waren druk op het varkensbedrijf en totaal niet met sport bezig. Daardoor ontdekten mijn broers en zus pas later het sporten bij een club. Mijn zus ging basketballen, een broer ging op atletiek, mijn tweede broer en ik op mijn 10e gingen voetballen.

In mijn carrière bij DVC’26 schopte ik het tot de D1 onder Rinus de Leeuw en verder tot alle 2e elftallen en daar was ik altijd aanvoerder. Wel zat ik geregeld bij de A1 op de reservebank. Dan had ik er al een wedstrijd opzitten in de B. Dat ik op de bank zat, was niet vanwege mijn voetbalkwaliteiten. Trainer Hammie Hagen had mij nodig om bepaalde spelers te kunnen wisselen die de hele week ‘ziek’ waren geweest. Vervolgens had ik de pech dat, op het moment dat ik dacht op mijn plek een basisplaats te hebben, Fred Lenting van Loil werd binnengehaald. Die was als concurrent een maatje te groot. Over het feit dat Henk Arends en Chris Koenders mij niet goed genoeg vonden, ben ik wel teleurgesteld geweest. Uiteindelijk speelde ik 15 jaar in het 5e en voetbalden we op zondag tegen de 2e en enkele 1e elftallen van Liemerse en Achterhoekse clubs.

Ik deed al eerder de begeleiding van jeugdteams. Als teammanager heb ik afgelopen seizoen de JO17-1 begeleid. Dit seizoen verhuis ik in die functie mee naar de JO19-1 om samen met Christiaan en Niels de schouders eronder te zetten.

        

Christiaan, wat trekt jou aan bij DVC’26?

DVC’26 is een mooie grote vereniging. Het bestuur wil over naar een nieuw beleid. Ik houd ervan als mensen met veel energie bezig zijn zaken te (her)organiseren. Wat ik zie, is dat er veel mensen goed met elkaar bezig zijn. Er wordt ingezet op het verbeteren van de voetbalkwaliteiten van individuele spelers. Dit traject wordt aangestuurd door Wim van Zeist. Van onderaf, te beginnen bij de O12, wordt de jeugd getraind in voetbal-skills. Dit wordt daarna naar boven doorgetrokken. De meeste winst valt te behalen in de periode O12-O15/de onderbouw. Daar wordt nu naartoe gewerkt. Voor de oudere jeugd liggen zaken vaak wat ingewikkelder door de puberteit, andere interesses, problemen met planning, bijbaantjes en niet te vergeten de school/opleiding.

Het doel van de nieuwe aanpak is een betere aansluiting van de jeugd op het seniorenvoetbal. En daar wil ik graag aan meewerken. Ik ben een trainer die spelers ‘breed’ bekijkt. Dus niet alleen op de training en tijdens de wedstrijd, maar als ‘totaal mens’. Want wat iemand buiten het veld bezighoudt, neemt hij mee het veld in.

Niels, hoe ervaar jij de club?

Ik ervaar DVC’26 heel positief. Voor mij is het elke keer ‘thuiskomen’. Het is een warme club met een open sfeer waar iedereen ‘erbij hoort’.

Theo, jij hebt de langste ervaring bij DVC’26: wat vind je de goede punten van de club en waar zie je verbeterpunten?

DVC’26 is een organisatie die staat. Er is gewoon een goede basis: het is een goed geolied bedrijf. De club leeft! Natuurlijk wordt er ook gemopperd, maar dat houdt iedereen scherp. Ook lopen er een paar beroepsmopperaars rond. Dat is niet altijd handig, zeker als er mensen van buitenaf bij zijn. Van de andere clubs horen we vaak dat ze prettig zijn ontvangen door DVC’26. Dit geldt voor de zaterdag- en zondagploeg en ook voor de informatieborden en de leuke sfeer in de kantine.

Ik vind het goed dat de verantwoordelijkheden binnen de club gedragen worden door de werkgroepen, die daarvoor een eigen budget hebben. Wat wel een aandachtspunt blijft: het behouden en werven van vrijwilligers!

Voor het nieuwe beleid zijn extra vrijwilligers nodig bij verschillende jeugdelftallen. Daarom zijn er bijeenkomsten georganiseerd met Wim van Zeist, om ook de O17- en O19-jeugdspelers te informeren. Bij de O19 waren maar liefst twintig spelers aanwezig, waarvan enkelen zeker geïnteresseerd zijn om mee te helpen als leider/trainer bij bijvoorbeeld de F’jes. Heel positief!

Welke ambities of (voetbal)doelen hebben jullie op dit moment?

We willen werken aan de individuele (voetbal)ontwikkeling van de spelers en aan teambuilding. Alleen door goed samen te werken kun je tot goede prestaties komen. En dan bedoelen we voor komend seizoen niet dat we hoog moeten eindigen. Het doel is vooral inzet op de training, arbeid leveren, ervoor werken. Werken aan voetbalvaardigheden en -inzicht, fysieke kracht en mentale weerbaarheid: dus werken aan een heel brede ontwikkeling van de spelers. Daarbij zullen spelers in het kader van hun ontwikkeling niet altijd op hun vaste positie spelen. Doordat spelers hierbij uit hun ‘bubbel’ of comfortzone komen, kunnen ze opeens een stap maken.

Jullie gaan het nieuwe seizoen de kar trekken bij de JO19-1. Christiaan heb je al kennisgemaakt met de jongens? Welke voorbereidingen treffen jullie (samen)? Hoe kijken jullie naar dit team? Wat verwachten jullie van het komende seizoen?

De kennismaking met de jongens staat op de rol. De informatie volgt via de groepsapp. Daarvoor gaan we met z’n drieën nog om de tafel. We vinden het fijn zelf e.e.a. al duidelijk te hebben, voordat we naar de jongens gaan. Want wij zijn natuurlijk ook een nieuw team.

Voor het einde van het seizoen hebben we zes kennismakingstrainingen. Het lijkt ons fijn voor onszelf, maar ook voor de spelers dat je voor de zomerstop al hebt ervaren welke kant het op gaat. We willen vooral werken aan ‘plezier in het spelletje’ en hoe je als speler je medespelers beter kunt maken.

‘Elkaar helpen’ is dan ook een belangrijk thema voor volgend seizoen.

clubshop_cta
speedsoccer_cta
app_cta