Kennismaking met de nieuwe trainer van DVC’26 2.

1. Stephan stel je even kort voor.
Ik ben Stephan Peters, 51 jaar oud en getrouwd met Claudia. We wonen in Nieuw-Dijk en hebben twee zonen: Tim van 21, die in het 1e van Sprinkhanen speelt, en Luuk van 23, die na een ernstige, gecompliceerde voetbalblessure in het 2e van Sprinkhanen weer aan het voetballen probeert te komen.

Werk
Ik ben zzp’er in de weg- en waterbouw en werk samen met collega’s vooral in de buitenlucht. Binnen dit clubje ben ik degene die bijvoorbeeld de aanbestedingen regelt, zodat we aan het werk blijven. (En het liefst niet te ver van huis.)
In mijn voetbalcarrière heb ik van jongs af aan bij verschillende clubs gespeeld, omdat we nogal eens verhuisden. Zo speelde ik bij SDOUC, Ulftse Boys en in de jeugd bij DVC’26 vanaf mijn 12e tot en met de A1. We waren een goede lichting voetballers met onder andere Brandy Otten, Danny Mom, Fabian Mom, Paul Tomassen en Marc Willemsen.

Naar Sprinkhanen
En toen kreeg ik verkering met Claudia. Haar vader was voorzitter van Sprinkhanen en, ook al was het helemaal niet mijn bedoeling, na een avondje met schoonvader en een paar ooms én een paar biertjes werd ik toch overgehaald om bij de selectie van Sprinkhanen te gaan spelen, want ‘hier zoenen, dan ook hier voetballen’ was wat ze zeiden. Ik trainde onder Bosveld en Hattu. Toen ik 35 was, maakte een heftige voetbalblessure (gebroken kuitbeen, scheenbeen, enkelbot en afgescheurde enkelbanden) een einde aan mijn leven als actieve voetballer.

Revalidatie
Het ‘toeval’ wilde dat ik voor de behandeling van deze blessure tegelijkertijd met mijn vrouw in het ziekenhuis lag. Claudia was toen zwanger. Nadat orthopeed Bakens mijn been en enkel weer in elkaar gepuzzeld had, heb ik nog een half jaar in de rolstoel doorgebracht en langdurig gerevalideerd bij fysiotherapeut Hans ten Bosch.

Start trainerschap
Bij Sprinkhanen werd ik, toen onze jongens gingen voetballen, jeugdtrainer en ik assisteerde Herman Ubbink en Frank Burgers (3 jaar). Daarnaast trainde ik ook het 2e elftal.

Op dit moment ben ik interim-hoofdtrainer bij NVC. Helaas strooit corona roet in het eten en kan ik in Netterden niet op het veld staan… Wel hoop ik aan het eind van dit seizoen met de spelers van NVC dit voetbaljaar nog voetballend af te kunnen sluiten.

2. Hoe ben je nu bij DVC’26 terechtgekomen? Wat spreekt je aan bij DVC’26?
DVC’26 is mijn oude club. Ik heb nog heel goede herinneringen aan die tijd. Twee jaar geleden heb ik er ook al eens gesolliciteerd, maar dat liep toen anders dan ik had gedacht. Deze keer werd ik getipt door Sjaak Hanegraaf (de kantinebeheerder van DVC’26) dat er een vacature was bij het 2e elftal, dat in de reserve hoofdklasse speelt. Omdat dit voor mij zeker een functie is waarin ik me als trainer goed hoop te ontwikkelen, heb ik besloten te solliciteren. Ik heb er super veel zin in om aan de slag te gaan met deze voor mij sportieve opstap!

3. Hoe hoog heb je zelf gevoetbald? Welke trainersopleiding heb je gedaan? Wat is je het meest bijgebleven van de cursus?
Met Sprinkhanen heb ik 3e en 4e klasse KNVB gevoetbald. Ik heb de papieren voor jeugdtrainer en TC3 gedaan. Mijn wens is om ook TC2 te gaan doen. Tijdens de cursus heb ik geleerd om te werken met de aandachtspunten: structureren, stimuleren, individuele aandacht geven en verantwoordelijkheid dragen. Docent Taco Lourens zie ik als een echte mensenkenner. Hij is degene die mij heeft geleerd ook door de ogen van spelers te kijken. Het was voor mij een ‘eyeopener’ dat anderen naar hetzelfde kijken en toch iets anders zien, dan dat ik zie.

4. Wat vind je belangrijk in het werk als trainer? Wat vind je belangrijk in het werken met de groep?
Zoals hierboven al aangegeven, heb ik aandacht voor:
a. Structuur: het nakomen van afspraken, omgaan met materialen, afmelden/communicatie, aandacht voor wedstrijdkleding (uniformiteit), wisselbeleid.
b. Stimuleren: complimenten geven, positieve benadering, eens op een drankje trakteren.
c. Individuele aandacht: spelers leren kennen, individuele gesprekjes, hoe denken ze over voetbal, hoe denken ze zich te kunnen ontwikkelen, …
d. Verantwoordelijkheid: zelf leren nadenken over trainingen, speelwijzen, er samen over praten.
En… op trainingen werk ik, waar het kan, met de bal!

5. Welke drie trainers zijn jouw voorbeeld en waarom?
Voor Gerrit Bosveld had ik heel veel ontzag. Hij was de trainer van ‘hard werken en er tegenaan!’ Ook al kon Bosveld tijdens wedstrijden langs de lijn staan schreeuwen, op trainingen en in onderlinge gesprekken was hij altijd heel respectvol.

René Hattu had als uitgangspunt dat, als je meer conditie had dan de tegenstander, je zou winnen. Ik heb bij hem leren afzien tijdens boslopen met een ploeggenoot op de rug en we hebben zeker wedstrijden op het eind beslist, omdat we qua conditie nog wat over hadden.

Mijn derde favoriet heb ik al genoemd: Taco Lourens, docent van de TC3.
Wat betreft het profvoetbal zijn Henk de Jong (oud-trainer van de Graafschap en nu bij SC Cambuur) en de manier waarop hij met spelers omgaat, plus Huub Stevens, die iedere keer weer bij Schalke aan de bak gaat, trainers die ik erg waardeer.

6. Welke drie voetballers zijn jouw favorieten? Waarom?
Op één staat Jaap Stam, ook een voorstopper, net als ik jaren was. Hij was een harde werker, ging altijd door en had geen last van ‘pijntjes’.

En dan Lasse Schöne op midvoor of rechtshalf, nu weer terug bij Heerenveen. Lasse zie ik graag voetballen: wat een passes, hij blijft gaan en is altijd positief.

Als derde Stefan Petterson, oud-voetballer van Ajax: een heel slimme speler met geweldige acties, die ook nog eens mooie goals maakt.

7. Hoe kom je op dit moment (sportief) de coronatijd door?
Ik zou graag hardlopen, maar dat is vanwege mijn enkel niet mogelijk. Dus ik wandel. We hebben een hond die ik veel uitlaat. Hij is nu 13. Helaas worden de rondjes met hem steeds kleiner… Ik breng hem dan naar huis en knoop er zelf nog een paar kilometer achteraan. Zo wandel ik ook geregeld naar mijn schoonvader in Babberich. Dat is heen en terug 10 kilometer.

8. Wat zijn op voetbalgebied jouw wensen voor de komende jaren?
Bij DVC’26 wil ik met het 2e elftal een mooi seizoen neerzetten. Ik wil alles uit de ploeg halen wat erin zit.

Wat ik verder graag wil, is me door ontwikkelen om daarmee een betere trainer te worden. Daar hoort bij dat ik graag de TC2 wil doen en daarna misschien een eerste elftal trainen, dat uitkomt in de 4e klasse.

Dan nu de laatste vraag, Stephan.

9. Heb je nog iets dat je kwijt wilt in dit interview?
Dat ik erg benieuwd ben, wanneer we eindelijk weer kunnen voetballen. Ik sta te trappelen om te beginnen!

clubshop_cta
speedsoccer_cta
app_cta